 |
 |
 |
 |
 Mary - 'heksen'kind uit Nigeria
Maatschappij/Marteling | Een beetje licht...
|
09 Januari 2010 | 15:26:06
 |

Mary, zo jong, zo onschuldig en kwetsbaar
Gemarteld en gepijnigd
Verlaten
Je overleefde de angst van je ouders
De haat en onwetendheid van de dorpelingen
Volgelingen van een kerk die paniek zaaide
Omwille van wat? Macht? Overheersing?
Eeuwen terug deden de witte kerken dit ook
Onschuldigen vermoord door verdrinking en door vuur
Duizenden verguisd omdat een zondebok nodig was
Omdat de machtigen blind waren voor mededogen
Geen respect hadden voor het leven van anderen
In de naam van God
In de naam van Jezus
In de naam van...
Ik zag de angst, doodsangst in kindergezichten
Die bedreigd werden door hen die zij ooit vertrouwden
Maar in die van jou las ik zelfs geen angst meer
Heel zacht: 'ik wil naar school'
En juist de liefde in God, de liefde in Jezus zond jou een engel
Hij nam je mee, gaf je een thuis en school
Hij zorgde voor een begin in betere wetgeving
Met jou gaat het nu veel beter
Met veel kinderen gaat het nu beter
Maar met duizend maal meer nog steeds niet
Een lichtbundel heb ik geplaatst
Voor liefde, licht en hulp
Voor de kinderen, volwassenen, overal op aarde
Voor het overstijgen van angst
Voor de onderdrukking van machtswellust
Voor besef, inzicht en weten
Zodat water schoon mag stromen en vuur niet meer hoeft te verteren
Het ga je goed, Mary
Heel goed...
© Browneyez, 2010 |
|
|
 |
 Dreamscape - een symbolische droom
Verhaal | Dromen
|
09 Januari 2010 | 15:21:23
 |
Langzaam raken mijn voeten de grond onder me, verdroogde kleigrond met barsten die onheilspellend lijken op voorbodes van aardverschuivingen. Ik voel de warme wind strelen, op mijn huid en door mijn witte jurk heen die daardoor bijna transparant lijkt. Ik draag nooit witte jurken maar toch verbaast het me niet. Waar ik ben kan ik niet benoemen, maar toch ken ik deze wereld. Ik kom er vaker de laatste tijd. Als mijn ogen dicht gaan, doe ik ze hier weer open. Ik heb hier iets te doen, iets te zien en ik voel een vreemde maar niet onprettige spanning omhoog kruipen.
Om me heen is het vrijwel verlaten, een enkele boom en struik verbreken de klei-achtige vlakte. In de verte ligt een stad en een moment later sta ik voor een winkel... mijn fiets staat klaar. Er klinkt een diep gerommel uit de aarde en iedereen om me heen schrikt en verstart ter plekke. Ik pak mijn fiets en denk aan Tom. Bij hem achter in de tuin liggen rotsen opgestapeld waar ik ook nu weer op ga zitten met een mok koffie in mijn hand. Zijn vrienden staan te discussiëren en druk met hun handen te gebaren. Mijn oren slaan dicht, ik hoef het niet te horen want ik weet waar het over gaat. Angst en onzekerheid staan duidelijk op hun gezichten te lezen en ik draai me om. Achter me ligt een groot eiland, groter dan dat waar wij op leven. Het lijkt steeds dichterbij te komen, net als Tom die zacht mijn wang streelt.
'Straks schuift het tegen ons aan lieverd, het eiland is te sterk voor ons.'
Ik geef me over aan zijn strelingen want ik weet niet of en wanneer ik dat weer mag voelen, straks. Verstrengeld blijven we staan, mijn witte jurk steekt sterk af tegen zijn zwarte shirt en broek, als yin en yang, als dag en nacht, als alles en niets... als alles tegelijk. We ademen één adem en onze gedachten vloeien samen en richten zich op het naderende eiland. Het ene moment lijkt het bedreigend...
'Niemand weet wat er gaat gebeuren, stel je voor dat het gewoon over ons heen schuift, onze wereld wordt waarschijnlijk vernietigd, geplet, vermorzeld,' zegt iemand.
Het volgende moment voel ik nieuwsgierigheid opkomen.
'Wie weet wat voor wezens daar wonen en wat ze met ons van plan zijn... als we er zelfs nog zijn! Ik vrees 't ergste!' Het commentaar van een ander.
Tom en ik blijven kijken naar het eiland dat gegoten lijkt in een zanderige tsunami-golf.
We lopen op de weg naar het noorden en zien iedereen langs ons rennen en rijden, gillend, schreeuwend. 'Angst voor het onbekende' schiet door me heen, onzekerheid en wantrouwen lijken zo van straat opgepakt te kunnen worden maar wij bukken niet.
'Waar gaan we naartoe lieverd?' Tom kijkt me aan en knijpt zijn ogen dicht tegen de felle zonnestralen als hij weer naar het noorden draait.
'Ik weet het niet... maar ik voel vertrouwen.' Ik kijk nog even achter me... er is niets dan kleigrond bezaaid met scheuren.
'Daar ligt wat komen gaat.' We pakken mijn fiets, kijken elkaar met een glimlach aan en lopen verder... naar het noorden, naar wat komen gaat.
© Browneyez, 2010 |
|
|
 |
 Op kamers
Kinderen | Persoonlijk
|
09 Januari 2010 | 15:18:10
 |
Ruim tien jaar geleden schreef ik in zijn geboortebrief 'Zolang het kan. Zolang het moet' waarmee ik aangaf dat wij hem zouden steunen in zijn gevecht. Toen was niet duidelijk of hij zou overleven. Toen wist ik niet dat hij een onnoemlijke kracht en wil had om verder te gaan. Toen verbaasde hij me al, nu nog steeds, maar in de toekomst verbaast me waarschijnlijk niets meer. Gwain gaat 'op kamers'.
Lieve Gwain,
Ooit sprak ik met je af dat jij voorop zou lopen.
Jij mocht je eigen weg bewandelen en ik zou achter je aan komen, met je meelopen, je hand vasthouden, je steunen, je opvangen als je zou vallen.
Jij begreep de afspraak.
Met mijn pink in je knuistje had je me aangekeken, met één oog een stukje geopend en een glimlach om je lippen.
Een band was gesmeed en jij werd een meester.
Meester in spiegelen, invoelen en luisteren naar intuïtie. Meester ook in het weglachen van tranen, in het tonen van kleurenpracht als alles grijs was. Je liet liefde bloeien als het hart kouder leek te worden.
Ik heb je ziel mogen zien; zo helder en blank heb ik nog nooit iemand ervaren. Gespeend van oordeel, haat en verdriet. Vol liefde en licht en een openheid die me ontroerde. Je ziel heeft me laten kijken naar het moment van onze afspraak, het moment waarop onze band gesmeed werd. Maar nu mocht ik kijken door jouw ogen en het vertrouwen voelen. Ik koester...
We hebben samen gelopen, deze eerste tien jaar van je leven. Ik zou ze zo weer over doen...
Ook al doet het me pijn je zo jong uit huis te zien gaan, je mag verder, je mag ontdekken vanaf die andere plek en wie weet wat je nog gaat leren.
Ik laat je hand nu los.
Bewandel je weg en kijk waar die naartoe leidt.
Vanaf hier blijf ik je volgen en opvangen waar nodig.
We hebben immers een afspraak...
'Snoetie'
Mamma
|
|
|
 |
 Nacht der doden (vervolg op 'Een lange nacht')
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
29 Oktober 2009 | 21:40:30
 |

art by © Sebasket
Nacht der doden
De keien waar ze op liep leken poreus, alsof ze bij iedere stap zouden verbrokkelen, verpulveren tot niets. Het niets dat ze zelf was, en dat met iedere stap bevestigd werd want haar voeten raakten de weg waarop ze liep niet eens. Ze leek uit lucht te bestaan, transparant als ze naar haar handen keek, het ruisen van haar bloed verstomd in haar oren, ze voelde geen zucht, geen adem en toch leek ze nog zoveel te kunnen. Ze kon aanraken, voelen en verplaatsen, ze kon lopen zonder stappen te zetten, ze kon zuchten zonder dat iemand het hoorde. De straat waarin ze liep was, zoals altijd en overal, grijs en verlaten. Er liepen geen mensen, er was geen hondengeblaf, geen kattengeblaas. Hier en daar voelde ze de aanwezigheid van anderen… anderen zoals zij. Maar ze schonk er geen aandacht aan, zoals zij geen aandacht hadden voor haar. Ze deelden deze wereld zonder elkaar echt te zien of te horen.
Hoe lang liep ze nu al rond? Een jaar? Of waren het alweer twee of zelfs tien? Ze was de tel kwijt geraakt, ze leek van de ene tijd in de andere te zweven: het ene moment was ze in haar eigen tijd en het volgende in een tijd van lang geleden zoals die in de geschiedenisboeken en de historische romans waren beschreven. Iedere deur of poort die ze nam bracht haar weer ergens anders. Haar omgeving veranderde continu, als een Wonderland in grijze, grauwe tinten, gehuld in koude en eenzaamheid. En zij voelde zich beslist geen Alice. Zij was gewoon Liz, maar dan ook weer anders…
Ze was nog steeds op zoek naar thuis en iedere keer dat ze dacht het gevonden te hebben, veranderde alles weer. Telkens werd ze door wanhoop overspoeld, maar gaandeweg werd dat gevoel minder sterk. De tranen die ze in het begin nog had voelen opwellen, ook al bevochtigden ze nooit meer haar ogen, waren inmiddels verdwenen. Nog altijd zette ze haar zoektocht voort, maar het doel werd steeds onduidelijker. Ook nu zweefde ze weer door deze straat waar ze waarschijnlijk al ettelijke malen was geweest, maar echte herkenningspunten waren er niet. Zoals altijd. |
|
|
 |
 Thuis
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
20 Juli 2008 | 15:56:58
 |
Art by © Raimlla
Thuis
I.
Romana zag dat de vreemde vrouw de trap naar de voordeur opliep, zoekend in haar jaszak naar iets. Zuchtend steunde ze haar kin op haar handen en een boze trek gleed over haar ziekelijk grauwe snoetje. Weer zo'n nieuw mens hier in huis - Romana wreef even over haar neus - en het was net zo lekker rustig geweest al die tijd. In zichzelf mopperend liep ze naar de kast die in de sombere kamer stond. Ze opende een van de grote deuren en keek even over haar schouder naar de kamerdeur. Weemoedig klonk nog zacht een zucht uit haar blauwige mondje en nadat ze de ruches van haar schortje had gladgestreken en een pijpekrul naar achteren had geduwd, stapte Romana de kast in en trok de deur achter zich dicht.
'Waar zijn die rotsleutels nou gebleven...' Vloekend haalde Sam haar zakken leeg: een aangebroken pakje kaugum, een paar kleine papiertjes met oude notities erop, drie knikkers die ze van haar neefje had gekregen... maar de huissleutels zaten er niet tussen. Na wat gerommel in haar andere jaszak, kwamen ze eindelijk tevoorschijn en snel liep Sam door naar de voordeur. De lucht zag er dreigend grijs uit en de regen zou waarschijnlijk zo met bakken uit de hemel komen vallen. Op het moment dat ze de deur achter zich gesloten had, weerklonk de donder als een zware echo door het halfduistere huis en sloegen de eerste harde druppels tegen de ramen.
|
|
|
 |
 Winterklanken
Verhaal | Fantasy
|
11 Januari 2008 | 12:53:33
 |
| © art -> Deviant Art
Winterklanken
Met een brede glimlach strompelde Chris haar huisje binnen terwijl ze de witte sneeuwvlokken uit haar zwarte krullen schudde. Heerlijk, ze had hier naar uitgekeken. De weersberichten waren veelbelovend geweest en de winter had nu toch echt zijn intrede gedaan. Ze gooide haar witte schort over een stoel, trapte haar schoenen uit en liep door naar de keuken om een kop koffie te zetten. Nippend aan de warme mok liep ze langzaam door het huis. Ze woonde er nu ruim een week en het begon toch echt heel gezellig te worden. Straks kwamen Ilse en Jeroen haar nog helpen om de laatste dingen op te hangen. De koffie was nog te heet, dus ze zette de mok op de tafel en liep naar de schilderijen en prenten die tegen de muur stonden. Met een oude foto van haar ouders in de hand staarde ze een tijdje naar buiten: dikke vlokken dwarrelden naar beneden en langzaam ontstond er een witte deken over haar tuin. Genietend rende ze naar haar slaapkamer en zag dat ook achter het huis alles wit werd. Het keukenraam bood uitzicht op eenzelfde wollige wereld. Ze bedacht zich hoe mooi haar huisje er uit zou zien als alles door die deken bedekt was. Toen ze het een paar maanden geleden voor het eerst zag, was ze meteen verliefd geworden op dit stulpje. English Cottage had er in de advertentie gestaan en dat had haar nieuwsgierigheid gewekt. Ze had nog nooit een pittoresker huisje gezien als dit, met zijn grijs-witte muren, zwarte puntdak en witte kozijnen en deuren. Rondom lag een gezellige tuin met een verscheidenheid aan planten en struiken die straks in het voorjaar waarschijnlijk weer vollop in bloei zouden staan.
Ze had net een slok van haar koffie genomen toen de deurbel ging. Jeroen en Ilse kwamen handenwrijvend binnen en eisten een kop koffie voor ze begonnen met de klusjes. Luid zingend, vooral om het lawaai van de boormachine en het gehamer te overtreffen, hingen en zetten ze alles op de plaatsen die Chris had aangewezen en voor ze er erg in hadden was het avond geworden. Chris had de vorige dag een grote pan soep gemaakt en na het eten besloten ze toch maar een punt achter het geklus te zetten voor die dag.
'Wat ga je met die rommel boven doen, Chris?' Vroeg Ilse voordat ze de voordeur uit liep. Chris had nog geen idee. Het waren allemaal spullen van de vroegere bewoners en het grootste deel kon wel weg.
'Ik wil eerst bekijken wat er allemaal staat... wie weet vind ik nog wel een schat!' Lachend wuifde ze het tweetal na. |
|
|
 |
 Een lange nacht
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
01 November 2007 | 17:15:22
 |
Een lange nacht
Met een luide geeuw rekt Liz zich uit op de bank. Het is inmiddels donker geworden in de woonkamer die nu alleen door een schemerlamp en het t.v.-scherm verlicht wordt. Liz duwt de doos met de twee overgebleven brownies van haar schoot en staat op van de bank. Nadat ze meer verlichting heeft aangedaan, loopt ze naar de keuken om wat te drinken te halen. Als ze terug komt, ploft ze weer neer voor de t.v. en zapt van het ene kanaal naar het andere. Alleen maar horrorfilms en Halloweenspecials. Ze trekt een vies gezicht waardoor er bovenaan haar neus allemaal kleine rimpeltjes ontstaan. Die snoet konden haar vader en grootvader nooit weerstaan toen ze nog klein was. Als ze iets van hen gedaan wilde krijgen, hoefde ze enkel dat neusje te rimpelen om haar doel te bereiken. Maar de t.v. is er blijkbaar ongevoelig voor want de programma's blijven ongewijzigd. Liz drukt het apparaat uit en loopt naar de computer die in de hoek van de kamer staat.
Terwijl ze een knot in haar lange blonde haar legt, wacht ze tot de computer opgestart is en kijkt naar de tijd. Bijna middernacht. Zouden er nog vrienden online zijn? Of is iedereen aan het feest vieren? Ze weet dat Peggy, Ron en Devon Halloween aan het vieren zijn bij familie. Haar ouders zijn er ook naar toe. Liz had geen zin om mee te gaan. Ze moet niets hebben van dit feest, of van welk feest dan ook. Zelfs niet van haar eigen verjaardag. Twee weken geleden was ze zeventien geworden en als het aan haar gelegen had, was ze gewoon die avond in haar eentje, of met een vriendin samen, naar de bioscoop gegaan. Maar haar moeder had erop gestaan een feest te geven voor familie en vrienden. Jawel, het was best gezellig geweest af en toe, maar Liz had een hekel aan die gemaakte vrolijkheid, dat geveinsde plezier. Oma was ook gekomen en zoals gewoonlijk had zij haar overbekende, zo-vertrouwde gechagrijn laten zien; volgens Liz was oma de enige gast die echt zichzelf was geweest toen.
Als ze haar chatbox aanklikt, ziet ze tot haar verbijstering dat die leeg is en dat er in de banner zelfs een Halloweenprent geplaatst is. Met een zucht sluit ze de computer weer af en loopt naar de gang om de schaal met snoepgoed op te ruimen. Tot een uur of tien had ze iedere vijf minuten de 'trick-or-treaters' moeten bedienen. Liever had ze die deur gewoon dicht gelaten, maar ze had haar moeder beloofd toch het snoepgoed te verdelen onder de aanbellende kinderen. Maar nu kon de rest wel weer naar de keuken, ze verwachtte geen bezoek meer. De klok in de kamer geeft aan dat het middernacht is en Liz twijfelt of ze gewoon naar bed zal gaan of eerst nog iets anders gaat doen. Een boek lezen misschien. Of toch die t.v. weer aanzetten. Nee, geen griezelfilms meer, die kende ze allemaal al. Haar vrienden noemden haar een 'ijskoude' want ze kon naar de meest bloederige en angstaanjagende films kijken zonder een greintje emotie te tonen. Ze liet zich inderdaad nooit meeslepen door een verhaal of een film. Als haar vriendinnen met zakdoekjes hun ogen zaten te drogen of met een kussen voor hun gezicht naar een enge film zaten te kijken, kon zij enkel grinniken.
Ze heeft net besloten dat ze in bed nog een tijdje gaat liggen lezen voordat ze gaat slapen, als de voordeurbel gaat. Wie kan dat nog zijn op dit late uur? Ze loopt naar de deur en kijkt door het raampje. Er is niets te zien. Liz opent de voordeur en stapt over de drempel. Helemaal niemand te zien... Dat is vreemd. Afgezien van wat muziek uit de huizen in de buurt is het verder helemaal rustig. Er loopt zelfs niemand op straat. Liz haalt haar schouders op en draait zich mompelend terug naar de gang. |
|
|
 |
 Oneindig veel
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
20 Augustus 2007 | 00:07:40
 |
|
© art by Dinie de Zeeuw
Oneindig veel
Honger
De man zit diep weggezakt in een oude versleten fauteuil, voor de open haard, mijmerend in het vuur te staren. Zijn ogen zijn donker, zijn wenkbrauwen gefronst, zijn mond een harde dunne lijn. Peinzend kauwt hij op de binnenkant van zijn wang. Minuten verstrijken en dan staat hij op, haalt een hand door zijn ravenzwarte haar en loopt naar de schouw.
De kamer waarin hij staat, is spaarzaam ingericht. Behalve de haard en de fauteuil staan er nog een donkere bruinleren bank, die aan de randen te zien zijn beste tijd gehad heeft en een bijzettafel van zeer antieke waarde. De hoek wordt gesierd door een dressoir waarop een hoge zware kandelaar met kaars geplaatst is en daarnaast staat een grote stenen vaas waarin een aantal zwaarden zijn gehuisvest. Aan weerszijden van de schouw vullen twee kasten vol met boeken de wand, ongeordend en minstens even oud als de rest van het meubilair. Er hangen twee schilderijen aan de wand die al jaren geleden gerestaureerd hadden moeten worden. Op een van de doeken is nog slechts een vage afbeelding te zien van een vossenjacht. Het andere schilderij is een weergave van een groot kasteel, hoog op de klippen waar een woeste zee haar schuimkoppen tegenaan slaat. Hier en daar is het bladgoud nog zichtbaar waar de zwaar bewerkte lijst in haar gloriedagen mee bedekt moet zijn geweest. Midden in de kamer hangt een gigantische kroonluchter, maar de kamer wordt slechts verlicht door het vuur in de haard, de kaars op de commode en een kaars op de schouw. Het geheel geeft een sterk gehavend beeld en wekt de indruk dat degene die hier woont enkel in somberheid zijn leven leeft.
Stan is somber. Weer heeft hij een goede vriend verloren, zoals hij al meerdere in zijn leven heeft moeten zien gaan. Hij heeft ze allemaal overleefd en iedere keer dat hij van iemand afscheid moest nemen, viel het hem zwaarder door te gaan. Hij pakt de foto van zijn overleden vriend van de schouw en kijkt er met een intens verdrietige en vermoeide blik naar.
Opeens vertrekt zijn gezicht in een tot woede en pijn verwrongen masker. Hij draait zich abrupt om naar de haard en smijt de foto in het vuur. Honger... weer die vervloekte honger... Dreigend gluurt hij naar het raam, tuurt door de kieren van de verweerde luiken heen en ruikt de geur... Zijn maag krimpt samen, de spieren in zijn lichaam beginnen als vanzelf tot leven te komen en zijn aderen vernauwen zich. De pijn is ondraaglijk. Hij moet eruit, naar buiten, achter de geur aan... zijn honger stillen. |
|
|
 |
 Spiegel der Vergelding
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
20 Augustus 2007 | 00:04:55
 |
|
© art -> DeviantArt
Spiegel der Vergelding
Proloog
Frankrijk, 1798
Perlana was buiten adem, haar buik deed zeer, maar ze had haar doel nog niet bereikt en straks was het volle maan. Ze leunde zwaar tegen een boom en sprak in haar hoofd een dankwoord uit voor de steun en troost die ze voelde. Hijgend bleef ze zo een tijdje staan en drukte haar handen sussend op haar pijnlijke buik. Toen de pijn wat gezakt was, stapte ze het pad weer op en liep verder, steeds dieper het bos in. De zak die over haar schouder hing, sneed in haar huid en bleef af en toe haken achter laaghangende takken.
Na een uurtje bereikte ze eindelijk haar bestemming. Het was een kleine, open plek, met in het midden - heel sereen - een vijvertje, omringd door planten, bloemen en keien. Ze had hem twee weken geleden gevonden. Nadat de karavaan gestopt was en men besloten had enige tijd bij de rivier te verblijven, was Perlana het bos in gelopen – tegen haar moeders advies in – omdat ze wilde nadenken, alleen wilde zijn met haar verdriet. Verdriet dat haar aangedaan was door haar geliefde die haar had bedrogen en verlaten. Ook al was het inmiddels ruim een half jaar geleden, ze voelde de vlijmscherpe pijn nog iedere dag.
Haar Ives was weggegaan, de Ier van wie ze met hart en ziel hield, maar wiens liefde zij slechts in haar schoot had gevoeld. Iedereen had haar gewaarschuwd; een edelman als hij zou nooit met een meisje als zij trouwen. Zij en haar rondtrekkende familie werden immers door de mensen uit de dorpen en steden met argwaan bekeken. Maar Perlana had werkelijk gedacht dat zijn gevoelens voor haar echt waren. De groeiende baby in haar buik was immers het bewijs van zijn liefde geweest. Haar familie had haar willen beschermen en tegen willen houden, maar zij was verblind geweest door haar gevoelens voor Ives.
Perlana vloekte… nooit zou een andere man haar lichaam zien, laat staan besmeuren met zijn zogenaamde liefde. Het kind was een week geleden geboren, maar Perlana had haar keuze gemaakt. Haar zuster, die zelf een maand geleden van een zoon was bevallen, zou voor haar dochter zorgen. Perlana had daar alle vertrouwen in.
Ze liep naar het vijvertje en keek in het water. Ze voelde de berusting in zich groeien en liep naar een grote platte kei vlakbij het water. Ze knielde neer en begon allerlei attributen die in de zak zaten uit te stallen. Met een stok maakte ze al prevelend een kleine kring en legde op vier punten kristallen neer ter bescherming. Daarna ontstak ze de lantaarn en ging in de kring zitten. Ze legde het mes voor zich neer, stak haar armen in de lucht en sprak de geesten rondom haar aan. Even later kleurde haar bloed het water in de vijver rood… |
|
|
 |
 Danse Macabre
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
20 Augustus 2007 | 00:00:31
 |
Danse Macabre
Ze hoorde haar hart bonken in haar hoofd, het bloed ruisen in haar oren, ze was kapot, ze kon niet meer. Maar ze moest. Ze moest verder rennen. Het begon donker te worden, zelfs de maan verdween af en toe achter staalgrijze wolken wat het landschap een grimmig, angstaanjagende aanblik gaf. Maar Maya zag het niet, haar angst was groter, grimmiger en zat haar op de hielen. Ze moest haar achtervolger van zich af schudden. Sneller, Maya, sneller… spoorde ze zichzelf aan. Haar benen voelden als lood en haar jurk was al net zo zwaar. Doorgaan… verderop begon het bos, daar kon ze vast schuilen. Haar adem kwam hortend en stotend uit haar mond, uit haar lichaam, maar ze gaf niet op. Ze kon niet opgeven, ze mócht niet opgeven.
Ze schoot het bos in, zonder achterom te kijken. Blind rende ze verder door de struiken, over de met takjes bezaaide grond. Haar schoenen had ze al verloren, maar ze voelde de pijn aan haar voeten niet. De struiken trokken de stof van haar jurk kapot, maar ze hoorde en vernam ook daar niets van. Ze moest weg, heel snel weg van die dreiging... Ookal wist ze niet wat er achter haar aanzat, ze wist dat het er was. Daar, verderop lag een dikke boomstam. Ze sprong erachter en liet zich zakken.Voor het eerst keek ze of ze haar achtervolger kon zien. Niets… er was niemand… zelfs geen geluid. Zou het weg zijn? Een halve minuut lang was er alleen haar eigen adem die oorverdovend klonk in die angstaanjagende stilte.
Opeens hoorde ze een bloedstollend gehuil om zich heen, wolvengehuil. Maya’s hart explodeerde bijna in haar borst, maar ze negeerde het. Rennen… weer heel hard rennen. Het was er nog steeds, ze was hem nog niet kwijt. Ze kon niet anders, ze moest blijven rennen voor haar leven. Ze keek achterom en zag het niet… Een boomstronk, ze struikelde… Haar lichaam viel hard op de grond en haar adem werd uit haar longen geperst. Ze kon niet meer overeind komen, ze was als verlamd. En toen werd het geluid van haar gehijg overstemd door een ander gehijg… zwaarder, grimmiger… angstaanjagend… |
|
|
 |
 Beschermengel
Verhaal/Fantasie | Fantasy
|
19 Augustus 2007 | 23:51:28
 |

Art by © Brom
Beschermengel
Ze wist het zeker… ze had het zich niet verbeeld. Langzaam sloeg ze het dekbed opzij en gleed uit bed, aandachtig luisterend of ze het geluid weer hoorde. De hele week was ze iedere nacht wakker geworden door gekraai, gevolgd door geschraap, buiten op het dak. Het maakte haar nerveus, maar ze sprak zichzelf hardop vermanend toe.
"Nee, Lucia, dat kan helemaal niet, je leest teveel horrorverhalen, het is gewoon een kraai of iets dergelijks". Horrorverhalen… Ja, ze las graag boeken over het sinistere, het donkere. Maar dat waren verhalen, dat was fantasie. Nog nooit had ze die wereld een serieuze plek gegeven in haar dagelijkse leven. Haar vriendin en collega, Miranda, deed dat wel. Die raakte er niet over uitgepraat. Zelfs niet als ze tijdens het winkelen even een kop koffie samen dronken. Dan ging het gesprek veelal over overleden familieleden en vrienden en over ‘leven na de dood’, of zoals Miranda altijd zei "het andere zijn". Vooral sinds Patrick…
Ze sloop naar het raam en deed langzaam het gordijn een stukje opzij, ze voelde zich toch wel erg onzeker. Voorzichtig gluurde ze naar buiten… Niets te zien, natuurlijk niet! Het was een mooie nacht met een heldere maan en een overvolle sterrenhemel. Ze deed haar raam open en snoof de koude, frisse buitenlucht op. Terwijl ze het raam weer sloot, keek ze naar de tijd op haar wekker… 03.02… Vreemd. Iedere nacht dat ze wakker werd van dat gekraai, was het om 03.00. Had dat dan toch wat te betekenen? Ze huiverde. Nee, die gedachte stond haar helemaal niet aan.
Snel dook ze haar bed weer in, trok het dekbed tot bijna over haar hoofd en besloot alleen nog maar aan fijne dingen te denken. Ze zou het hier zeker niet met Miranda over hebben. Ze lachte even in zichzelf. Miranda zou met allerlei vreemdsoortige theorieën aan komen zetten en daar had ze echt geen belang bij. Er was vast een logische verklaring voor dit fenomeen, alleen welke dat wist zij nog niet. Maar daar wilde ze haar hoofd niet over breken, ze moest dit van zich af zetten… |
|
|
|
|
|
| 
|